Wederkerigheid is een fatsoenlijk principe en een makkelijke misvorming. U doet iets voor een ander, en u bewaart de bon. In samenwerkingen rond Utrecht — tussen staf en lijn, tussen programma en uitvoering — slijt het vertrouwen precies op die bon. Dit artikel zegt hoe wij het principe in de les begrenzen.

Lees dit naast Beïnvloeding en het Glossarium. De definitie is kort. De grens is het eigenlijke werk.
Eerlijk geven ziet er saai uit. U stuurt het stuk dat de ander nodig heeft om te kunnen beslissen, op tijd, compleet, zonder een zin als „dan verwacht ik volgende week wel”. De ander mag daarna nog nee zeggen. Als u dat nee niet verdraagt, was het geen geven maar een aanbetaling. Die aanbetaling trainen wij niet.
In de oefening schrijft u op wat u de komende twee weken gaat leveren, en u schrijft erbij wat u er niet voor terugvraagt. Dat tweede voelt onnatuurlijk voor mensen die gewend zijn elke gunst te administreren. Toch is het de voorwaarde. Invloed die u moet uitleggen als „ik heb toch dit voor je gedaan” is al gekanteld. De ander hoort chantage in een nette jas.
Er is een plek waar teruggeven wél hoort: een expliciete ruil in een onderhandeling. Dan zegt u beide kanten in één zin. Dat is geen wederkerigheid als sfeer, dat is een deal. Houd die twee uit elkaar. Sfeer-geven met een verborgen deal eronder is het patroon dat teams daarna wantrouwend maakt.
Toets uzelf met één vraag die u hardop moet kunnen stellen tegen de persoon om wie het gaat: „Ik stuur u dit stuk zodat u kunt beslissen, ook als het antwoord nee is. Klopt dat gebruik?” Als u die zin niet durft te sturen, weet u genoeg. Dan is de module Beïnvloeding nuttiger dan nog een vriendelijke mail.
Wederkerigheid die de ander kan zien, bouwt een langere samenwerking dan een slimme timing. Daar kiezen wij voor, ook als een kortetermijn-ja daardoor soms uitblijft. Een ja dat op een schuld leunt, betaalt u later terug in de vorm van een gesprek dat niet meer open is.
Leg de bon die u in gedachten al had geschreven naast de mail die u echt stuurt. Blijft er een zin over die om tegenprestatie vraagt, haal die zin weg of maak er een openlijke ruil van in een ander gesprek. Twee vormen door elkaar in één mail is precies het patroon dat de les uit elkaar trekt.
Een bruikbare toets in de week na de les: stuur één stuk zonder vraag terug, en noteer of u de neiging voelt om er alsnog een voorwaarde onder te zetten. Die neiging is het huiswerk, niet een karakterfout. Bespreek haar in de volgende bijeenkomst aan de Maliebaan, met de mail erbij en zonder de naam van de ontvanger als die vertrouwelijk is. Zo blijft wederkerigheid een vak en geen sfeerwoord.